De rest die na kwamen waren; Daniel Syter gebentnaamt d' Avondstar, schilder van Weenen. Hans Martyn gebentnaamt de Moet, Hoogduitscher. Peeter Hofmans gebentnaamt Janitzer van Antwerpen. Schoonjans gebentnaamt Parrhasius van Antwerpen, Karel de Vogel gebentnaamt Distelbloem, van Mastricht; Jacomo van Staverden gebentnaamt d'Yver van Amersfoort, Gommarus Wouters gebentnaamt de Ridder van Antwerpen, Gasper van Wittel gebentnaamt de Toorts van Amersfoort, Theodoor Visser gebentnaamt Slempop, Jacomo de Heus gebentnaamt de Afdruk, van Utrecht, Bernard Baillen gebentnaamt de Hemel Plaatsnyder van Antwerpen. ..... de Bakker gebentnaamt Virgilius, Poëet van Brussel. Jacomo Blondel gebentnaamt de Weyman Plaatsnyder van Antwerpen. Deeze acht laatste had hy elk in 't byzonder op een doek geschildert, en zy hingen in 't rond op zyn Kamer. Welke hy liet aan Gasp. van Wittel, nevens Theodoor Helmbreker zyn besten vrient. Boven deze gemelde kwamen 'er nog veele tusschen beide, en laat in den avond zweven als de muggen om de kaars die al meê een smeer uit de pan kregen. En ik geef den Lezer te denken, hoe veel Wyn 'er op dit Bentfeest wel over de lippen gestort is, en hoe veel spys door de tanden vermaalt eer de kakebeenen vermoeit waren. Trouwens 't is altyd geen vetpot, en die 't somwyl wat schraal hebben, doen, als 't hun gebeuren mag, provisie op.
Men kan uit het getal der Bentvogels, waar van wy zoo even den Naamrol zagen, welke van zyn Doopmaal gesmult hebben, ligt besluiten dat hy