een styve Goudbeurs moet gehad hebben, wanneer hy te Rome zig liet inhuldigen in de Bent. Deze (zeit S.v. Hoogstraten) is in onze Voorouders tyd ingestelt tot verkwikking der sluimerende geesten. Daar ontfangt men de groene aankomelingen met geestigen toestel en naakte vertooningen en vereert 'er met nieuwe namen van kragtigen zin. Daar spoeltmen de zorg en laatdunkenden waan in zoeten Albaan af, en herwiegt met de genen, die nog niet wel gebakert zyn enz.
Het voornaamfte dat hy te Rome geschildert heeft zyn twee groote stukken en een kleinder voor den Kardinaal Jacomo Rospigliosi, als ook des zelfs afbeeltsel, als mede twee groote stukken voor den Ambassadeur van Spanje Marchese del Corpio.
Alle jaren ging hy in den Herfsttyd twee of drie maanden buiten Rome in Dorpen, of Gebergten zyn verblyf houden, om fraaije gezichten van Landschappen naar 't leven te schilderen of te teekenen, welke Modellen, Teekeningen en opgerolde Schilderyen hy tusschen Bootseerzels Mosaic werk, en afgietsels van marmere beelden, in kassen inpakte, en die voor af te scheep op Vrankryk zond.
In den jare 1682 op den 25 van Grasmaand verreisde hy van Rome, met den Antiken beeldsnyder Laviron van Antwerpen, en twee Franse Beeldsnyders Cavalier, en Monier, over Florence, Siena, Pisa, Livorne, Genua, Niosa, Villa Franca, Schouta, voorts te Land op Muilen, van daar op Marselie, op Avinjon, en zoo de Rone op tot Lion, en met Paarden over Forraren op Rouane de Loire af tot Orlians, en zoo op Parys; daar hy eenigen tyd zyn verblyf moest houden tot het Konings Schip haven-