daar ook niet tegen dat het dus geschiet, en pleit voor die vryheid myner Konstgenooten, als Andr. Pels voor de Dichters, in zyn Gebruik en Misbruik des Toneels:
Indien Virgilius wist goud te puuren uit
Den drek van Ennius, en eenen ryken buit
Haalde uit Homerus: zoo 't den lof niet kon verkleinen Van d'allerbeste blyspeldichter der Romeinen,
Dat hy twee spelen van Menander smolt in een,
Toen hy zyne Andria toestelde: en mag 't zoo heen,
Dat Plautus, Nevius, en Ennius uit taalen
Van anderen 't sieraad van hunn' gedichten haalen,
Ja vaak de stelling, en den styl: en is 't geen schand
Voor u Guarini, dat gy in uw Vaderland,
Dat ge in uw' moedertaal hebt Tasso uitgekozen,
En met de stof van zyn Amintas zonder blozen
Uw Pastor Fido siert?..................
................. En kan het steeds betamen
Aan Moliere, dat hy zonder zig te schamen,
Volgt in zyn meeste werk de Italianen na,
Die hunne geestigheen, en kwinten zonder gâ
Uit Aristophanes weerom, en Plautus trekken;
Ja zal het hun tot lof, in plaats van laster strekken? enz.
Dus doende hebben ook d'oude Konstschilders lof verdient, als zy het prysselykste uit anderen hebben ontleent, vervormt, verschikt, en dus de Konst by trappen tot meerder volmaaktheid doen opklimmen; waarom zou dit nu tegen gesproken worden? dog (gelyk ik boven gezegt heb) dat het zoo geschiede, dat men niet kan zeggen dat ze een beeld, dit's een arm, been enz, van dezen