Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/125

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

of genen gerooft, maar dat d'ontleende deelen, zoo in het geheel versmelten dat'er niets van door steekt, op dat hun niet gebeure als den Rave in de Fabel wedervoer, die zyn zwarte pennen had uitgeplukt, en zig met de vederen van andere vogelen oppronkte, tot dat elk de zyne wederhaalde, en de Rave naakt stond te kyken, en van elk bespot werd.

Onze meening hier ontrent by tusschenreeden klaar genoeg te kennen hebbende gegeven willen wy onze levensbeschryving vervolgen.

GERARD LAIRES neemt besluit om zyn geboortenstad te verlaten (geen sant zeit de spreuk, word verheven in zyn land) en zyn fortuin elders te zoeken. Hy zet zig tot Utrecht ter neer, maar vint ten eersten niet 't geen hy zogt, nog kon daar met zyn penceelkonst te recht raken, dus hy somwyl uit noot, een haartschut, of luiffenbord moest schilderen. Iemant, die aan zyn deur woonde, ried hem een paar stukjes te schilderen, ende zelve naar Amsterdam te zenden om die aan den konsthandelaar Gerard Uilenburg te vertoonen, gelyk geschiede. Jan van Peé en Grebber schilderden op dien tyd voor Uilenburg, en maakten met hun beide zoo veel Frans uit, dat zy de brengster der twee stukjes, die geen Duits konde spreken, verstonden, en antwoord konden geven. En beziende deze twee stukjes in tegen woordigheid van Uilenburg prezen de zelve naar hunne waarde, t'effens verwondert dat zoo een konstlicht door onverstand als door een donkeren mist bedekt werd, en rieden Uilenburg de zelve te koopen, welke daar op aan de brengster vraagde: hoe veel geld zy daar voor eiste? die tot antwoord gaf: zoo veel als hy beliefde te geven. Uilenburg bood haar 60