Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/129

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

maar verwisselde straks de Fiool voor 't palet, en schilderde dien zelven voormiddag het Kindje, 't Mariaas en Josefs tronetje, en een Ossekopje volkomen op, en zoo konstig dat zy die den geheelen tyd by hem gestaan hadden zig daar over verwonderden.

Wanneer hy nu in den tyd van acht weken verscheiden stukken voor Uilenburg schilderde, en hy die aan de liefhebbers liet zien, en prees, werd onze LAIRES straks van anderen aangezocht, die hem meerder loon voor zyn penceelwerk aanboden, daar hy zig van bediende.

Het was niet mogelyk te beschryven alle de Konst en Kabinetstukken, Zolderwerken, Zalen enz, die hy beschilderd heeft. Of zoo 't ons al doenlyk waar zoude het wel een geheel boek beslaan. Als mede menigte van teekeningen met rood kryt en met het penceel konstig en op een gemakkelyke wyze behandelt, waar van de voornaamste als ook het meeste getal thans in 't Konstkabinet van den Heere Jeron. Tonneman bewaart en in groote agtinge gehouden worden.

Doe hier by het groot getal van zyne geëtste printen die door N. Visscher tot een geheel werk verzamelt, de Konstoeffenaars ten voorbeeld, en dienst verkogt worden, die mede op een lichte en welstandige wyze, even als zyne teekeningen behandelt zyn.

Dit alles dient niet alleen tot verwonderen, maar zelf zullen de nakomelingen 't naaulyks (wanneer 't hun verhaald word) gelooven willen, dat zulks in eens menschen levens tyd te doen was, ten waar daar by gezeid wierd, dat hy by uitnementheid vaardig in 't schilderen was. Dit is aan 't volgende staal te zien.