gekleed met een purper Fluweele nagtmanteltje met wit bont, en onder het zelve een Satyne rok, houdende in haar rechter hand een Wynroemer, dien zy aan haar mond brengt, terwyl een kleyne huisknecht met een zilver schenkbort in de hand naar den ledigen Roemer schynt te wagten: tegens over de zelve een bevallig Heerschap bekleed met een swarten Fluwelen mantel, waar nevens aan een Tafel met een rykelyk kleed overspreit, en op de zelve een schotel met Konfituuren, een Aap die daar van snoept, zig vertoont, onder een opgeschove zyde Gordyn, op den agtergrond vertoonde zig een ruime en pragtig gebouwde gaandery, en in de zelve een Heer en Juffrouw die by elkander staan te kouten. Elk beeltje was in 't byzonder op 't konstigst gesteld, de wezentjes bevallig, de hantjes op 't gracelykst, de onderscheiden Stoffen, Fluweelen, Bont, Zilverwerk enz, zoo overkonstig zagt, en kragtig geschildert dat het tegen de natuur in schoonheid konde ophalen; waarom het ook elk, en inzonderheid den Hertog (wanneer het dus voltooit was) zoo wel beviel, dat hy den maker daar voor dede geven duizent Ryksdaalders. Dog het uitmuntenste van zyn Penceelkonst (volgens het oordeel der beste Konstkenners) is geweest in het beroemde Konstkabinet van den Keurvorst van de Palts.
Verscheiden andere Konststukjes meer heeft onze groote meester van tyd tot tyd voor gemelden Groot Hertog geschildert, als ook, (daar toe verzogt zynde) zyn eigen afbeeltsel levens groot, als vertoonende een kleen stukje van zyn Konst, waar in verbeeld stond een [1] Juffrouwtje speelende
- ↑ Van dusdanigen inhoud is 'er ook van hem een Konststukje tot Amsterdam in 't Konstkabinet van den Heer Post-