Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/162

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

inwilligen een voegelyk misbruik, of liever een noodige vryheid, gelyk in meer konsten.

De Schilder, hoe wel hy niet anders als een nabootser van de natuur zy, verciert nochtans dikwils eenige hyvallende schaduwe, om 't ander werk te doen voorkomen: of maalt naakten en andere cieraden, die de Historie eenen welstand byzetten. Zoo leit het penceel ook zyn oordeel te werk in 't leggen en wel schikken der verwen, die zig best onderling verdragen. Muzikanten huwen heele aan halve toonen, en zoete aan wrange klanken; om het gehoor met meer zoetigheids, en bevalligheids te kittelen. Het gelyken der dingen tegens malkanderen is van groot vermogen, en geeft de zaak, die in zig zelve de zelve blyft, terstond een ander aanzigt. Evenwel is ons niet onbewust, dat in 't herhalen en vertoonen van geschiedenissen, beschreven met die zuivere en sneeuwitte Duiveveder( getrokken als uit den vleugel der Hemelsche Duive, die aan den oever der Jordane, op dat van heiligheid stralende hoofd des onbesmetten nederdaalde) een zonderlinge matigheid en eerbiedigheid dient onderhouden; terwyl men in weereldlyke Historien, nog meer in Heidensche vercieringen, ruim schoots, dog altyd binnen de palen der waarschynlykheid, mag zeilen.

Zeker wy moeten besluiten dat de gryze Vader in den omgang met de Amsterdamsche Konstschilders zyn wit beoogt heeft; wanneer wy hem dus op vasten grond, van de Konst, en derzelver byzondere waarnemingen hooren redenkavelen.

Hy doelde op wetenschap, en heeft geen waan gekent.
Zyn boom droeg vrugten, van 't begin aan tot op 't ent.