Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/168

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

met een teeder en jeugdig wezen verbeeld ziet, nevens den bynaam LUSOON Oprisper, van wegen het te veel drinken, of Lyson Losmaker, om dat door veel wyndrinken de tong los word.

Op het ruggestuk vertoonen zig drie, met de handen in een geslingert, dansende Bachanten of Nimfen. Deze zouden naar 't beduid van den Medaljekundigen Heer Ludolf Smids en anderen beteekenen, het kout heet en lauw water der berugte badstoven aan Bachus toegewyd, in de Stad Apollonia, in Macedonie op de grenzen van Epire, volgens Lucius Ampelius, met het byschrift DIONISOO DOORON, geschenk aan Bachus. Dus vertoont ook de brave Teekenaar en Etzer Jan de Biskop ver- [1]

  1. Klim, 't Klimblad was aan Bachus, de Eyk aan Jupiter, de Lauwrier aan Apollo, d'Olyf aan Minerve, de Mirt aan Venus, de Pynboom aan Pan, de Populier aan Herkules, en de Cypressen aan de onderaardse Goden geheyligt of toegeëigent. 't welk dient tot volkomender beduyding van 't geen wy van de Altaaren der Heidenen in 't algemeen zeyden, en ook uit marmere bewysstukken betoogden, dat de zel-