Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/175

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

meit Hagar uitleid. Deze, als hem gezeit werd dat dusdanige gedaanten van tenten, als hy verbeeld had, met de gewoonten van dien tyd niet overeen kwamen, en dat die niet van oude planken opgeslagen wierden, maar dat daar toe gebruikt wierden vaste stylen, overspannen met zeelen of koorden, die wederzyds in den grond met houte stekken vast gemaakt, voorts met vellen van beesten overdekt werden, of voor zulke welke van meerder vermogen waaren, bereid werden van geweeven hairen kleeden van verscheiden koleuren als onze tapyten zyn; welke toestel ligt af te breeken en weer ligt op teslaan was, wanneer zy van d'eene tot d'andere landstreek zig wilden verschansen, gaf aan die hem dit zeide tot antwoort: Dat hy 't zig niet verstond. Dat de tenten der Aartsvaders van houte planken gemaakt waren, 't zamengevoegt en gehecht met hengsels en knieren, omze dus beknopt op malkander toe te konnen vouwen, en met hunne stylen en dakschooren op wagens te vervoeren werwaards zy wilden, even als men thans wel Marionette en Waaffelkramen ziet. Schoon verdedigt.

Die uit weetlust daar onderzoek naar doen, in de oudentydsche schriften, en met taalkundigen raatplegen (gelyk ik meê doen moet) zullen bevinden, dat de TENTORIA, van waar de benaming van Tenten af komstig is, dien naam draagen, om datze met koorden en stylen uytgespannen werden, waar na de zelve meest overdekt werden met vellen van beesten, in 't Latyn Pelles genoemt. By Livius word dikwils van vellen gewag gemaakt, waar mede de soldaten des winters hunne tenten pleegen te dekken. Klaudianus zeit van Stilikon dat hy dikwils onder de vellen huisge-