Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/195

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gezien, waarin Ceres verbeeld stond zoekende mee een brandende Fakkel door rotsen en spelonken naar haar geschaakte Dochter [1]Proserpina. Dit Tafereel is wonderlyk uitvoerig geschildert, inzonderheid de Distels. Kruitjes, en stam van een Boom omwoelt met klim, dog om der zelver uitvoerigheid wat scherp. Hy heeft de eer dat Adriaan vander Werf, de Rotterdamschen Fenix in de Konst zyn Leerling geweest is.

Hy was in zyn doen byzonder naerstig, en zyn vernuft altyd werkende, zogt hy steets naar schoone en vaste verwen, daar hy byzonder opgestelt was: maar moe van langer te zoeken zey hy tegen zyn Leerling even gemelt, Zoek niet naar verwen; daar zyn 'er thans genoeg, die goet zyn, leer die maar wel gebruiken. Welke les hy wel tot zyn geluk betracht heeft.


GODFRID of GODEFRIDUS SCHALKEN is geboren te Dordrecht, daar zyn vader Rector der Latynsche Schoole was, in 't jaar 1643.

De genegenheid tot de Konst deed hem de oeffening der talen, schoon hy daar in veer gevordert was, vaar wel zeggen. Hy begaf zig eerst ter onderwyzinge van S, van Hoogstraaten, naderhand van Gerard Dou, welkers behandeling hy vry wel heeft weten na te bootsen, als nog te zien is aan een zyner Konststukken 't geen in 't Kabinet van

  1. Proserpina werd van Pluto, als zy bezig was met bloempjes op te gaderen in haar schoot, geschaakt, en naar zyn onderaarts Ryk vervoert. Zie Nazoos 5 B, van de Hervorm. 't 4 Hooftstuk. In aloude tyden werd deze verbeelding dikwerf op Tomben, en Grafzerken verbeeld, om hier door het wegrukken van des menschen ziel van 't lichaam aan te duiden. Ook ziet men het zelve verbeeld op een Gedenkpenning van Faustina, door die van Niza gemunt.