Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/20

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zy 't gekregen had? zy verhaalde den ganschen omslag der zaak, waar uit dit geschenk oorspronk nam. Waar door het geval bekent en rugtbaar werd.

De Vrouw, als zy hoorde zeggen dat het wel 100 Ducatons waard was, meende dat haar oude Heer met haar spotte, en vraagde: of de Borgermeester haar daar zoo veel geld voor wilde geven? die ja, antwoorde, en nog meer, maar belastte haar met het zelve te gaan by eenige der voornaamste Konsthevende Heeren, welke hy haar aan wees; zeggende Eisch 800 gulden voor het zelve, gelyk zy deed, en 't was straks verkogt.

De Vrouw, die haar Man t'huis kwam met zulk een ryken buit voor dat borretje, tot belooning van gemelden dienst haar geschonken, was welkom.

Zeker deze betaling voor dien dienst verdient lof, en wyl de voorzigtigste dergelyk ongeval in donker niet konnen voorzien, zulks het den vroomsten kan overkomen, is 'er niet anders op te vinden, om zulks te ontgaan, als 't geen gy hooren zult by het uiteinde van dit volgende verhaal.

Zeker aanzienlyk man gaat op een Zondag avond donker zynde langs de straat en valt voor over in een Kalktobbe, waar door een nieuw kleed 't geen hy aan had, de koleur uitgebeten, en gans bedorven werd. Wat doet hy? hy klaagt des anderendaags aan een Borgermeester, met wien hy gemeenzamen omgang had, zyn ramp, met verzoek dat zulke Kalktobben, voor de huizen daar gemetselt word geplaatst, voor den avond van de straat elders geborgen mogten worden; en zoo de Borgermeester daar geen order op wilde stellen, hy dan genootzaakt zou wezen zelf daar order op te stellen, dat zulks niet meer ge-