Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/221

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

GERRIT was van meerder oplettentheid, en ook meer ingetogen van leven, en vermaande zyn Broeder dikwils, dat hy zoo los en ruw niet moest praten, dat het niet voeglyk was, dat, wanneer zy t'samen in gezelschap waren, hy hem tegensprak, als hy de menschen wat leugens (alleen uit potsigheid) voor waarheid op de mouw spelde; en dat dit hem verveelde. Als het dan weer gebeurde dat hy met zyn Broeder naar 't gezelschap ging, maakte hy vooraf beding met hem, zeggende: hoor Job, als gy al te grof liegt, zal ik de hand op myn borst leggen, let 'er op, dit zal een teeken zyn, dat het hoog genoeg is, hou dan op.

Deze tot den ouderdom van zeventig jaren gekomen, liep in den avondstond, komende van 't gezelschap, en uit den Tuin van Alexander Vos, in de Brouwers vaart, en verdronk in 't jaar 1698, en werd op den 14 van Wiedemaand begraven, na dat hy zyn Broeder in 't jaar 1693, op den 23 van Slachtmaand had zien voorgaan.

Onder des grooten Dichters Joost van den Vondels Lofdichten op Schilderyen, enz, vind ik 'er ook een op het gezigt van de nieuwe Heeregragt, tot Amsterdam, door Geerard Berckheiden geschildert, in den jare 1672, daar hy dust'zyner roem zeit:

BERCKHEIDE maalt de Heeregracht
Naar 't leven, waardig om t'aanschouwen.
Koop Schilderkonst: vermy het bouwen.
Waarom? 't is Fransche middernacht:
Dus wacht op eenen heldren morgen.
In huisbouw steken moeite en zorgen.

En ook een groot vaers t' zyner eere, in de