Een langen levensloop heeft het tydlot vergunt aan zynen tyd- en Konstgenoot ALBERT MEYERING. Deze geboren't'Amsterdam, in den jare 1645, leefde tot den jare 1714, den 17 July, zynde omtrent den tyd van zeventig jaren, die hy wel meest ten dienst van de Konst heeft doorgebragt; want hy al vroeg tot de penceeloeffening geleid werd, doordien zyn Vader Frederik en zyn Broeder Henrik Meyering de Konst meê hanteerden, dog zig omtrent geringer voorwerpen, te weten meest kamerschutten te schilderen, bezig hielden; en ook koopmanschap daar meê dreven.
ALBERT van leerzucht gedreven, heeft 10 jaren zoo in Vrankryk als in Italie doorgebragt, daar hy zig naar fraaije voorbeelden oeffende, met zynen reisgezel Johannes Glauber. Hy had zig een vaardige wyze van schilderen aangewent, die hem voordeelig was, in 't schilderen van groote werken, in zalen en kamers. Tusschen beide schilderde hy allerhande soorten van Landschappen, inzonderheid cierlyke gezigten van Vorstelyke Lusthuizen en Belvideren, die met hunne lommerige boomen een aangename spiegelinge in 't water maakten.
Nu komt de brave Konstschilder MICHIEL VAN MUSSCHER (wiens beeltenis in de Plaat F 16, te zien is) ten Toneel, daar Rotterdam op roemen mag, binnen welkers ringmuur hy op den 27 van Louwmaand 1645, geboren werd.
Met zyn vyfde jaar begon hy al mannetjes en beesjes te teekenen op papier, en die drift tot de teekenkonst groeide zoodanig met de jaren aan, dat zyne Ouders ziende dien yver meer en meer toenemen, hem in den jare 1660, bestelden by