Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/242

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

len. Van diergelyk vermogen in de Konst was ook REYNIER en ISREL COVYN, Brabanders; d'eerste schilderde gemeenlyk een tafeltje met allerhande soort van aart-vrugten, kool, pee, rapen, artiezokken, enz, en een dienstmeit met een eyerkorfje, of koper emmertje met geplukte vogelen aan den arm, of ook wel een juffertje dat zit te najen, of te speldewerken, d'Ander schilderde Historien, maar meest van 't Spaans Heidinnetje, uit het boek van Kats. Hoewel men zeit, dat hy in zyn jeugt een goed pourtret schilderde, maar dat hy tegens het spreekwoord, hoe ouder hoe wyzer, hoe ouder hoe onnoozeler in de Konst wierd. Hy was, als ik hem kende, d'oudste in 't schilders convent (want hy was daar al in geweest van den jare 1647) en ik heb hem verscheide jaren agter een, op St. Lucas dag, met een wyngaardrank, gevlogten tot een krans, op 't hoofd aan tafel zien pryken. Dat men als nog voor een gewoonte onderhout.


Verscheiden voorbeelden hebben ons doen zien, dat de natuurlyke zugt en geneigtheid wel de scherpste sporen zyn, om de konstoeffenaars tot den voortgang in die Konst aan te zetten. Thans ontmoet 'er ons weêr een, wien de Natuurdrift de voornaamste Leidstar tot de Konst geweest is. Deze is JOHANNES GLAUBER, gebentnaamt Polidoor, geboren in 't jaar 1646, tot Utrecht, by gelegenheid van dat zyne Ouders van Amsterdam door 't Sticht naar Duitsland (van waar zy herkomstig waren) meenden te vertrekken; welk voornemen daar door gestuit werd.

GLAUBER, van der jeugt af aan met een vuurige drift tot de Konst geneigt, werd daar in door