van der zelver menigvuldige diertjes, met hare eygen levendige koleuren op perkament na te bootsen, maar zy kreeg ook een drift om de veranderinge der gedierten, en de wonderbare hervorminge van Rupsen in gevleugelde Uiltjes. Witjes enz, nevens den menigvuldigen verschilligen aart, en wyze van voortkomingen't'ontdekken, als ook het voedsel waar door zy bestaan na te sporen; op dat de menschen door klare beschouwingen dier wonderheden de wonderbare wysheid, en kragt Gods, in de minste schepselen zouden leeren beschouwen, en zien; en op dat de waereld te gereeder hare konstige afteekeningen, en vlytige nasporingen zoude deelagtig worden, nam zy voor dezelve in koper te doen snyden, en nevens, of met byvoegingen van hare naaukeurige agtgevingen in druk uit te geven: gelyk zy dan gevolgelyk het eerste stuk te Noremborg in den jare 1679, onder dezen tytel uitgaf:
Der Rupsen begin, voedsel, en wonderbare verandering. Waar in de oorspronk, spys, en gestaltenwisseling: als ook de tyd, plaats, en eygenschappen der Rupsen, Wormen, Kapellen, Uiltjes, Vliegen, en andere diergelyke bloedelooze Beesjes, vertoont worden.
Daar op volgde in den jare 1683, het tweede stuk, dat van gelyken aart was.
Deze onderzoekdrift, (om agter de ware hervormings wyze te komen, en de verkeerde wysmakeryen daar omtrent te verydelen) was in haar zoo groot, dat zy besluit nam (niet schromende de gevaren van de zee) om een reis naar de West-Indien daar om aan te vangen: gelyk zy gevolglyk deed in den jare 1698, en bleef omtrent 2 jaren op Suriname, enkel en alleen om alles wat