Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/252

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


In 't bootsen van gebloemte en allerhande dieren
Met dunne waterverf, op perkamente blaân:

Zelf 't geen Natuur ontdekt op veer gelegen kusten;
Waarom zy niet ontzag te steev'nen over Zee,
In 't dreigende gevaar, en rampen wel te vrêe,
Steeds latende 't bestier op Godes voorzorg rusten.

Wat gaf haar d'yverzugt, wat haar de nazoeklust?
Zy vond in Konst vermaak, en in bespiegelingen
Der Scheps'len d'oorzaak van het wezen aller dingen.
Haar naam leeft, schoon de dood haar lamp heeft uitgeblust.

Zy heeft twee Dochters naagelaten, die zy in 't bloemschilderen onderwezen heeft. Johanna Helena Herolt Graff, geboren den 10 van Louwmaand 1668, en Dorotea Maria Hendriks Graff, geboren op den 13 van Sprokkelmaand 1678, deze heeft haar moeder vergezelschapt op de reis naar Suriname, en is buiten de konstoeffening ook geoeffent in de Hebreeuse taal.


Nu volgt
JOHANNES VOORHOUT, geboren op den Uithoren buiten Amsterdam, in den jare 1647, op den 11 van Slagtmaand. Zyn Vader die een Horlogiemaker was, ziende hem tot de teekenkonst geneigt, bestelde hem by eenen Konstantyn Verhout tot Gouda, een fraai schilder van Moderne Historien, onder wiens opzigt en onderwys hy zes jaren, de Konst van de beginselen af voort oeffende. Deze eerste school ontwassen, klom hy tot een hooger op, onder het bestier van den beruchten Joan van Noort, Historie- en pourtretschilder t'Amsterdam, onder wien hy vyf ja-