ja werd (na dat zyn goed om te vertrekken al opgepakt stont) van verscheiden grooten aangezogt om daar te willen blyven, maar (wie, zeit de spreuk, is 't aller uuren even wys?) hy had zig door 't schryven van zyne vrienden in Holland laten bekoren, om weder naar zyn vaderland te komen, gelyk hy ook deed, na dat hy drie jaren daar had gewoont.
Door zyn onvermoeyden yver, en weergalooze naarstigheid, vervaardigde hy van jaar tot jaar vele Tafereelen, daar de Konstminnaars keur uit konden neemen. Maar wie weet niet dat de waereld dusdanige gereede voorkomingen gans verkeerd behandelt? en dat zy tragt naar 't geen dat 'er luttel is, en walgt van 't geen zy gemakkelyk verkrygen kan; schoon in de waarde dier dingen geen onderscheit is. Gratiaan doet een geestig verhaal van iet diergelyk. Een Indiaan (zeit hy) die veel Kostelyke gesteenten had, vertoonde een der zelve aam ten doorslepen Juwelier om die op prys te stellen. Deze schatte de zelve hoog. Daar op vertoonde hem d'Indiaan een anderen steen die veel beter was dan d'eerste. Dezen schatte hy vry minder waard, gelyk ook den derden en vierden; vervolgens zulks dat de Asiaan geweldig verwondert stond te zien, en naar de rede daar van vraagde, die tot antwoord kreeg: Dat de Meenigvuldigheid zig zelve in kleenagting brengt, aangezien, zoo haast de zeldzaamheid van een ding ophoud, d'agting verdwynt. 'K behoef het besluit niet op te maken: verstandigen vatten wel wat ik hier meede aanduiden wil.
Zoo dat de reden waar om onze VOORHOUT zulke uytstekende voordeelen met zyn Konst niet bejaagt heeft als anderen wel gedaan hebben, schoon zyn Konst zulks wel verdiende, eensdeels is de overvloed zyner konstwerken, anderdeels zyn op-