van daar naar Rome vertrok, en zig vorder oeffende naar de overheerlyke Konst van Titiaan en A. Carats. Hy was eerst een Historieschilder levens groot waar door hy zig een stoute behandeling van 't penceel heeft aangewent, die hy nog behout, dat hem veel roem, maar zoo veel voordeel niet bybragt als hy wel beoogde; des verliet hy het Historieschilderen, en sloeg het Pourtretschilderen ter hand, 't geen hem wel gelukte. En men heeft in vervolg des tyds gezien dat het Geluk zig niet als een stiefmoer ontrent hem gedragen heeft, maar dat hy wel degelyk een lieveling van haar is geweest en nog is.
Norenburg doorreisde hy om in zyn Vaderland Pourtretschilders te zien. Dog d'eerste trap tot zyn verheffing was Hamburg, daar hy kennis kreeg aan den Heer Jakop del Roë, dien hy met zyn Huisvrouw en Kinderen in een stuk schilderden, en die hem van dien tyd af voor een Mecenas strekte, en de waarde van zyn Konst over al zoo wist te trompetten, dat het hem de handen vol werk bragt, den buidel dik maakte, en hy uit het gevoelen van die verandering in de Konst voor een gewoone zinspreuk hield: De Historie schilders maken de Dooden levendig; en zy zelfs leven eerst wanneer zy dood zyn: maar ik schilder de levenden, en bedien my van hun gunst.
Kort hier op komt Pieter Lelie, die veel jaren aan 't Engelsche Hof gebloeit had, te sterven. Des eenen dood (zeit het spreekwoord) is des anders brood. Hy straks naar Engeland, daar hy het zoo weet te bakken, dat hy aan 't Hof, onder de grooten, en voorts in de gunst van Koning Karel den tweeden geraakt, die hem Ridder maakt. Dus is my door Fransche Schryvers berigt, maar later