Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/273

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

het eene om den smaak, het ander om het oog te streelen.

Wat voorwerpen hy zig in zyn Konst voorgestelt heeft om na te volgen: en hoe veer hy de natuur der zelve weet na te bootsen, heeft de brave predikant en puikdichter Johannes Vollenhove aangetoont, in een gedicht dat hy op het zien van een Boek, waarin stukken waren van zyne Teeken-en Schilderkonst, gemaakt heeft, en het geen dus begint:

Nequeunt expleri corda tuendo.

Hoe leeft en zweeft uw Schilderboek,
O BRONKHORST, nog in myn gedagten!
Wiens oog kon op paneel of doek,
Volmaakter Schilderkonst verwagten,
Dan daar men uw vernuft aan kent,
Op uw papier of pergament?

Myn geest weidde in een beemt met lust,
Daar 't woelt en leeft van tamme dieren,
En vog'len, die als vreemt van rust
Geschapen, gins en weder zwieren,
Zoo schoon gekleet, als Salomon
In al zyn pragt niet praalen kon.

Wie roept niet; Dit 's geen schyn, ô neen:
Natuurlyk leven hier de Vogels.
De klauwen vatten, waar ze op treen:
De vlugheid rept zig van de vlogels:
Vergat het kunstpenceel geen tong,
Men hoorde, hoe 't gevogelt zong.