Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/289

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ROMEIN DE HOOGE, die somwyl nevens de etsnaald het penceel gevoert heeft, hebben wy meê een plaats ingeruimt onder de Konstschilders, om op zyn beurt meê op ons Toneel te verschynen; schoon zyn penceelhandeling zoo zeer niet, als wel zyne geestige vindingen en ryke Ordinantien, te pryzen zyn.

Onder zyne voornaamste penceelwerken in olyverf word geteld de beschilderde zaal der Borgermeesteren op het Raathuis te Enkhuizen: en onder veele andere werken een groot zyvertrek op het lusthuis van den Heer Matheus vanden Broek, op Dubbeldam, buiten Dordrecht, waar men tegens den grooten muur op doek verbeelt ziet: hoe Claudius Civilis. Broeders van Julius Paulus, d'eerste Hollandse edelen, de voornaamste Hoofden der stamhuizen, en Borger ter maaltyd onthaald in 't Schaakerbosch, aan en onder die vrolykheid door een breed vertoog aantoont, hoe zy in hunnen ouderdom, tegen het verdrag met de Romeinen aangegaan, door hunne stedehouders en Hopmannen wierden gedrukt en mishandelt: hoe de tyd geboren scheen (aangezien de Romeinsche benden hier te land zynde verzwakt, en de overige veer van honk waren om dien toeleg te verhinderen) om zig van dit lastige juk voor altyd te konnen ontslaan, en dus den eersten steen te leggen tot de Hollandse vryheid, zoo zy hem trouw en bystand wilden zweren; welk laatste wel inzonderheid daar in word vertoont. Gelyk het Kornelis Tacitus beschryft in 't 4 Boek zyner Historien aanvang nemende met het jaar 17 na Christus geboorte. Vorder zyn d' andre vakken van 't zelve vertrek gevult met vertooningen van diergelyken aart.