Vorder konnen wy uit preuven zeggen: dat hy een man was uitsteekend in groot vernuft en vindingen, en die ik niet weet dat zyns gelyk in vaardigheid van ordeneeren, in rykheid van veranderingen in de Etskonst gehad heeft, waar van het oneindig getal van Boektytels en andere Printen, getuygenis geven: maar hy was, in opzigt van zyn gedrag en wyze van leven, een slechte knaap, en een tweede Aretyn. Ja 't is om te bejammeren dat een man van zoo groot vernuft in zulk een schrikkelyken dwaling steekt, dat hy het alderwaardigste niet agten wil of kennen, maar in tegendeel daar den spot meê dryft, schoon hy wel bemerkt dat zyn levensdraad begint in te krimpen, doende als Anakreon. Deze, (dus luid de vertaalde Griekse text in de Mooyeriana pag. 151) als hem gezeit werd: Neem den Spiegel, en zie eens, hoe gy geen hairen hebt, en hoe kaal uw voorhoofd is, antwoorde: Ik weet daar niet van, of ik hairen heb en ofze verdweenen zyn. Maar dit weet ik, dat het een oud man past, hoe hy nader aan de doot is, hoe hy vermakelyker te boerten heeft.
Zulke en diergelyke onzuivere paarlen (die den Lezer al meer zullen ontmoeten) zetten de Schilderkroon weinig luister by. Maar wat zal ik zeggen? de aakelige distelen hebben zig al vroeg in de lente van de waereld onder het goede kruid op den akker verspreid, en den Bouwman verdrietelykheid aangedaan.
Hy vertrok van Amsterdam, dog het moest zoo wezen om zyn ergerlyk levensgedrag, en om 't maken van stekelige Pasquillen en ontuchtige en schandelyke printverbeeldingen, welke vuiligheid hy de losse jeugt voor schoon geld verkogt.
Ontmoeten u dan diergelyke verfoeilyke, levens-