Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/291

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

wyzen, zoo moet gy weten, dat zy niet dienen tot voorbeelden om na te volgen: maar om elk, en de Schilderjeugt in het byzonder, een afschrik en walging daar van te doen hebben. Onze predikanten hebben dat zelve oogwit, wanneer zy de ondeugden op hun predikstoel met een zwarte kool afschilderen; om de deugd daar by te schooner te doen afsteken, en den deugdelyken en voorbeeldigen wandel te meer beminnelyk te maken. Gun my de vryheid. Lezer, dat ik door een kleene uytweidinge de Schilderjeugt waarschouw voor aanstootelyk gedrag en vuile verbeeldingen, gevaarlyker klippen dan Scilla en Charibdis, daar de eerlykheid en goede naam (de grootste roem van een man) schipbreuk op lyden kan: op dat zy de zelve voorzigtig leere myden en door bespiegelingen van eindelyke gevolgen, die daar uytspruiten, een afschrik kryge. Hier toe geeft my Florent le Comte aanleiding, die sprekende van Annibal Carrats, en Julio Romano, zig aldus (in Neerduits vertaalt) laat hooren:

Aan ANNIBAL CARRATS, om van dezen grooten man iets te zeggen, en een volmaakt denkbeelt van zyn bekwaamheid te geeven, moet men weten dat de Schilderkonst, zoo als zy thans is verbetert, by uytnementheid verschuldigt is; om dat dezen verheven geest de herstelling der Konst, die in verval gekomen was, moet toegeschreven worden, aangezien hy het regte natuurlyk Coloryt gevonden heeft: en behoudende de kragt der verwen, de zelve heeft weten te vereenigen, en door een zagte vleijentheid, de harde oudtytsche wyze van schilderen met de zagtheid van de natuur te paren, tragtende altyd 't samen te voegen het denkbeeld van een vol-