niet verbeeld te worden, als La Fagie, Budart, O. de Laires en anderen meer gedaan hebben. Arnobius sprekende van het Teellit, dat op de Eleusinia, (ingestelt wegens het omzwerven van Ceres, zoekende haar geschaakte Dochter) omgedraagen werd, zeit: dat het zelve met zulk een naauwe toezigt gedekt bleef, dat weinigen het gezigt daar af verworven. Lees ook van de zelve toegedekte geheimen. Horatius, 3. B. 2. Lierd.
Voor een voorbeeld, om aan te toonen dat diergelyke verbeeldingen, of vertoonselen, die een eerbaar gezigt kwetsen, wel wat bedekt konnen behandelt worden, zonder nogtans de Beeltenissen hunne beteekenisse, of het kenbaare te ontrooven, dient onze printverbeelding van den Tuingod Priapus in 't 2 deel onzer Zinnebeelden Plaat 17, (hier nevens ingevoegt) afgebeelt in zulk een gedaante als hy ons voorquam in de Roomsche Oudheeden met een lang riet, of lies op zyn hoofd, om door der zelver gestadige beweging de vogelen af te schrikken, of weg te dryven, op dat zy de vrugten niet beschaadigden. De ploojen van zyn kleed (waar van de sleep van de zwaarte der vrugten neer weegt) geven duidelyk te kennen genoeg, dat een styve schacht daar onder schuilt, waar by de Teelkragt word aangeduid, gelyk door het snoeimes de Tuinoeffening. Daar zyn duizentderhande voorwerpen, in welker bespiegelingen zig het menschelyk vernuft en Konstpenceel oeffenen kan, zonder een eerbaar oog t' ontstigten, of een jeugdig hart aanritselingen tot onbehoorlyke genegenheid te baren.
De gantsche natuur, en hare ontelbare verschynselen, die zy by beurtwisselingen (ten bewys van haar wonderbaar vermogen) doet zien, zyn, tot de