Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/302

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

heid had naar die van Parys, waar van wy straks nog iets meer zeggen zullen.

In 't jaar 1690 werd hy van den Keurvorst van Brandenburg (naderhand Koning van Pruissen) tot zyn Hofschilder te Berlyn beroepen. 'T eerste voornaam werk dat hy daar maakte, was op Oranjenborg in de beroemde Porçeleinzaal, gelyk hy ook naderhand in de meeste Vorstelyke huizen zoo binnen als buiten Berlyn, zyne uitstekende penceelkonst, in Gaanderyen. Oranjeryen, en op beschoten Zolderingen van ruime zalen heeft doen zien, tot groot genoegen van den Vorst, en den grooten Konstbeminnaar den Heere Dankelman voorzitter in den Vorstelyken Hofraad.

Wanneer hy nu zag dat hy des Vorsten Konsthefdigheid door zyn loffelyke Konst deed opwakkeren, nam hy dien slag waar (als men zeit) en stelde den Vorst het oprechten van een Academie op die wyze, als men in Vrankryk heeft, zoo smakelyk voor, dat 'er straks toezegging op kwam, en't'effens de bouw, en het bestier aan Terwesten opgedragen, die ten eersten zyn werk daar van maakte, en voorts alles bezorgde 't geen daar toe dienstig was. Hier in kwam hem zyn Broeder Elias, anders de Paradysvogel, die twee jaren jonger was, een braaf bloem-, fruit-, en beesteschilder, en die te Rome woonde, wel te pas. Deze bezorgde hem de keurlykste afgietsels van de beste Antiken. Als ook het gansche beroemde Beeldhouwery-konstkabinet van Peter Belori, het geen zonder merkelyke schade in kisten over kwam.

Ondertusschen werden 6 vertrekken tot de Academie aangeleid, en tot elks onderscheiden gebruik vervaardigt, en tot ieder Kamer een Opzichter of onderwyzer aangestelt.