Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/310

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De voornaamste nabootsers van deze cierlyke verschynselen, die, wanneer de Lusthoven met ys en sneeuw bedekt zyn, dezelve door de penceelkonst in den zelven luister en schoonheid herschept, in de Konstkabinetten doen zien, zyn oudtyds Jan Breugel. Dan. Segers, naderhand Ev, van Aalst, vander Elst. Jan en Korn, de Heem, en andere hunne tydgenooten geweest. Thans (behalven Juff. Ruisch, anders Pool, waar aan wy voorheen gedagt hebben) munt uit de Konstschilder Jan van Huisum.

Ik ben tot geen keurmeester gestelt, maar neem egter de vryheid om te zeggen: dat de twee laatste de eerst gemelde in Konst zoo veer overtreffen als het daglicht in helderheid de maneschyn. Verder moet ik niet gaan, 'k vermag 't ook niet te doen, uit hoofde van het eng bestek 't geen ik my zelf in opzigt van de nog levende Konstenaars en Konstenaressen heb voor gestelt, te weten hun brave Konst alleen de Waereld voor te dragen, zonder daar van te oordeelen, of eenige vergelyking van des eenen met des anderen Konst te maken. Indien ik zulks had ondernomen, 'k had wis den haat en tegenspraak niet konnen ontgaan; daar ik nu in tegendeel zulke menschen die genoegen in hun eigen doen scheppen in die verheuging niet stoor, maar ieder in zyn yver, en naar mate van zyn penceels vermogen prys, waarom ik ook allen die my voorgekomen zyn, zonder eenig onderscheid daar in te maken, op hun tyd heb geboekt, en in mynen Schouburgh der Konstschilders en Schilderessen plaats vergunt, tegens het begryp der Thebaners. Want binnen Theben werd op de Schilders zoo