Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/314

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Hoe gevallen dikwils den grond geleid, of, om beter te zeggen, aanleydingen hebben gegeven tot Konst, en wetenschappen, daar van hebben wy van oude tyden af menigte van voorbeelden. Inzonderheid leezen wy by van Mander, hoe Kwintyn de smit op een jong meisje verliefde die op den zelven tyd een schilder tot minnaar had, maar zig verklaarde, ingevallen Kwintyn een schilder in steê van een begruisden smit waar, dat zyn persoon, haar beter dan de ander zoude aanstaan, en zy zig tot hem neygen. Maar hier scheen geen middel toe, aangezien hy dit ambagt geleert had, en daar en boven een oude moeder had, waar voor hy met een den kost moest winnen. Des werd hy droefgeestig en eindelyk ziek. In die langwylige ziekte leggende, en behoestig zynde, werd hem geraden, toen hy zoo veer weder begonde te beteren, dat hy zig op zyn bed konde opgeven, dat hy gedrukte printjes van Heyligen, Heyligjes genoemt, (die de Roomsgezinden uitdeelen aan de kinderen die yverig hunne gebedekens en de kerkbelydenis leeren) met koleuren en goud zoude afzetten, dat hy deed. Naderhand ondernam hy somwyle 't een voor en 't ander na uit de hand na te teekenen, en klom eyndelyk uit die geringe beginselen op, tot de hoogste van een vermaard Konstschilder.

Een diergelyk geval, dog anderzins ontsproten, ontmoet ons in 't levensbedryf van den Konstschilder JOHANNES VERKOLJE, geboren te Amsterdam, in 't jaar 1650, den 9 van Sprokkelmaand. Zyn Vader was een Slotemaker Benjamin genaamt. Johannes 10 jaren of daar omtrent oud zynde, speelde nevens andere jongens met prikjes; zynde een houten blokje, waar vooraan een naald, en agter vogelveertjes in steken,