Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/325

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

korten tyd hebben kunnen volvoert worden. Hy stierf in het einde van het jaar 1718.

MATHEUS WYTMAN, geboren te Gorkom in 't jaar 1650, schilderde heel uitvoerig en konstig in 't kleen. De verkiezingen zyner voorwerpen waren gezelschapjes, gelyk die van Netscher, uitgezondert dat hy de gezigten van landschappen die hy in zyne achterwerken maakte, of te pas bragt, by uitnementheid uitvoerig en natuurlyk schilderde. Dog in Bloemen en Fruit, daar hy zig in 't laatst toe begaf, zou hy wel 't meest uitgemunt hebben. Hy had tot leermeester eerst Hendrik Verschuuring, naderhand Joh. Bylaart tot Utrecht, die zig verheugde dat hy hem dus veer in de Konst gevordert zag. Maar zyn sterflot gehengde niet dat hy hooger top beklom, en deed hem ten grave dalen in den jare 1689. Zyn tyd- stat- en Konstgenoot MARIENHOF, volgde de handeling van Rubbens in 't kleen zoo konstig na, dat hy van de Konstkenners geroemt werd. Hy ging van Utrecht te Brussel wonen. Hy trouwde vroeg, en sterf vroeg.


Onder de Utrechtse schilders word ook getelt JOHAN VANDER MEER, (schoon hy tot Schoonhoven geboren is) om dat hy wel den meesten tyd van zyn leven daar gewoont heeft. Waar, of by wien hy de Konst geleert heeft, weet ik niet: maar wel dat hy in gezelschap van Lieve Verschuur naar Rome reisde en daar verscheiden jaren in 't oeffenen der Konst doorgebragt heeft. Hy schilderde beelden en tronien levensgroot, op de grootse manier, alzoo hy te Rome omgang had met Drost en Karel Lot, daar hy byzonder toenam. Daar by had hy het geluk dat hy niet voor de keelbeulen behoefde te schilderen, maar