Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/345

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


ROCHUS VAN VEEN, zoon van OCTAVIO VAN VEEN, of, zoo anderen willen, de Broeders zoon, oeffende zig mede in de Schilderkonst, dog meest met Waterverf op papier of perkement. Deze had twee zonen, waar van de oudste maar de penceelkonst oeffende. Zy woonden in de Beverwyk, daar zy stil en gerust leefden, verlustigende zig alleen in die zoete bezigheden van allerhande gedierten en vogelen naar 't leven, in koleuren, af te schilderen, op de wyze van P. Holsteyn, dog uitvoeriger. In 't jaar 1706 werden tot Haarlem hunne nagelaten Teekeningen, Schilderyen, en Printkonst verkogt, na dat de laatste van dien Konststam ten grave gedaalt was.


In dezen tyd was ook in leven en bloei DIRK VAN DELEN, geboren te Heusden, welks vernuft en vindingen, behandeling van Penceel en ervarentheid in schilderen van Bouwerken en doorzigten. Kornelis de Bie by uitnementheid pryst. Hy was een Leerling van Frans Hals. Totjaren gekomen zynde, begaf hy zig met 'er woon tot Armuiden, in Zeeland, daar hy Burgermeester werd.


Ook was in dien tyd te Dordrecht in leven ABRAHAM DE HEUSCH, geboren't'Utrecht maar te Dordrecht getrouwt, daar hy bleef wonen. Hy had de Konst geleert by Kristiaan Striep, en schilderde veelerhande soort van kruiden, en daar by Hagedissen. Slangen en Kapelletjes, heel natuurlyk en uitvoerig. In zyn weduwenaars staat diende hy eerst als Luitenant, naderhand voor Kapitein op een Brander ter zee. Voor de tweedemaal getrouwt zynde, trok hy met 'er woon naar Leerdam, daar hy stil van zyn renten leefde, en Borgermeester van die plaats gestorven is.