omschryving van dezelve doet, even als of hy op onzen STARRENBERG gedoelt had, aldus: die dit voordeel van de natuur hebben, vinden alle zaken gedaan. Deze hoedanigheid maakt hun alles ligt, zoo dat zy nergens door worden belemmert, en overal met lof uitkomen. De middelbare Konst heeft dikwils voor uitmuntend gegaan, om dat zy van deze maatschappy werd geholpen. En of'er somtyds anderen gevonden wierden, die meerder wetenschap, konst, zelf deugt dan zy hebben, zoo laten zy niet na hun dezelve met voorregt af te winnen. Ik vind onder de Vaerzen van L. Smits 'er een op Stratonica, verbeelt in de kamer van haar minnaar Antiochus, door JOHAN STARRENBERG. De Schilderkonst spreekt tot den aanschouwer.
[1]'t Is Stratonica, die 'k op dit paneel vertoon.
Kom, blyf niet hangen by den Vorst, of by zyn zoon:
Maar, merk 't ontroeren aan van deze Koningin.
De fierheid worstelt op de kaken met de min:
Aanschou in 't beeld, door 't vel, een vreesselyk gety;
Het rood verdwynt en ryst ook in de schildery
By beurten; 't schrikkend wit verdooft, en word verdooft:
Terwyl het jagend hart zig heymelyk verlooft
Aan Prins [2]Antiochus, die met dit twisten woelt.
- ↑ Stratonica was de Dochter van Demetrius Poliorcetes Koning van Macedonie.
- ↑ Antiochus, de zoon van Seleucus den I. Koning van Syrie, verlieft op zyn Vaders bruid Stratonica, en ontveinzende die hartstogt, valt daar door in een doodelyke ziekte. Dit werd door zyn Medicynmeester ontdekt, door dien hy bemerkte dat zyn geesten ontloken, als Stratonica hem aan zyn bed kwam bezoeken, en zyn ziekte, wanneer zy was