Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/354

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daar en boven ook groote geschenken ontfangen heeft.

Als Rubbens gestorven was, en van Dyk zig in Engeland neergezet had, vatte hy die manier op, die zoo geagt was, en schilderde zyne stukken kleuriger, zoo dat als ik (zeit de Schryver) eenige van de zelve in 't jaar 1645 zag, de zelve voor zyn werk niet zoude hebben aangezien, ten ware hy het my zelf gezeit hadde. Maar hy voegde daar by dat het de waereld dus begeerde, en hy overzulks maar om 't geld schilderde.

Hy liet een zoon na die in Italie zynde den grond, om een goed Meester op te bouwen, geleit had.


NICOLAAS DE VREE, geboren ik weet niet waar, schilderde Landschappen, Bloemen, Distels en Kruiden. Zyne konstwerken bevind ik meer bekent onder de konsthevenden dan zyn persoon; aangezien hy zig van den omgang met menschen afzonderde, inzonderheid in zyne laatste levensjaren; waar in hy met niemand verkeering hield, als met Jan Luiken, die met hem het gevoelen van J. Bhoem aanhing. Hy trok eindelyk met'er woon (alzoo hy de stilte beminde,) van Amsterdam naar Alkmaar, daar hy ook gestorven is, in den jare 1702, tusschen de 50 en 60 jaren oud.


Onder zyn tyd- en konstgenooten, die t'samen met hem ten Toneel verschynen, is ook ABRAHAM HONDIUS. Onder zyne voornaamste stukken is bekent de verbeelding van den brand van Troje, waar in een groot gewoel van beelden zig vertoont, die wel geteekent, konstig geschikt en natuurlyk door de vlam, en toortslichten gedaagt worden. Ook heb ik een Kaarslicht van hem gezien, dat byzonder natuurlyk was, en waar in de beelden braaf geschildert waren. Anders schilderde