Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/365

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

oeffenen, dog THEODOOR raakte by den berugten Gerard de Laires, welkers wyze van behandelinge hy zoo wel afgezien heeft, dat het alzins in zyne konstige penceelwerken doorstraalde. Deze werd na 't verloop van eenige jaren door den Groot Hertog van Toskanen ontboden. In 't jaar 1682 is hy naar Hanover vertrokken. Van daar kwam hy aan 't Hof van Brandenburg, daar hy eerste Kamerling en opzigter van de Academie werd; en eindelyk is hy in 't jaar 1706 naar Polen gereist, daar hy gestorven is.

Christoffel Lubienietzki woont nu nog tot Amsterdam daar hy met lof de Konst oeffent, zoo in Historien als pourtretten.

In dezen tyd bloeide de Konst in Nederland, inzonderheid te Amsterdam. De Vrede stond voor de deur, die Bellona vyandin der konsten aan band zouw leggen. De zon eerst door een opwellende sulferdamp betrokken, begon een blyder aangezigt te vertoonen, en de Koopvaardyman vlamde om geveiligt de zee te bouwen. Thans zag men de Stedelingen een nieuwe konstlust scheppen, en de een toonde zig voor den ander een Mecenas, daar de Heer Joan van Maarseveen. Ridder van St. Michiel, elk in voorging. Konsthevenden en Konstenaren reikten nu elkander hart en hand, (en 't waar te wenschen geweest dat de wangunst en eigenbaat dezen band niet had verbroken) in eendragt toe. Dit is my gebleken uit zekere vaerzen, 't eene op de vereeniging van Apelles en Apollo & c. 1653. Het andere heeft tot tytel Broederschap der Schilderkonst, ingewyd door Schilders, Beeldhouwers en derzelver begunstigers. Op den 21 van Wynmaand, 1654 in Amsterdam. Op de volgende bladzyde