graagte te vinden in die men verhongert gelaten heeft.
Onder zyne Historiestukken word inzonderheid geroemt de Historie van Piramus en Tisbe.
De Historische verbeelding van Brutus, daar hy aan zyn zonen, over begane misdaat, ten spiegel voor't Roomsche Volk, straf oeffent, is geplaatst voor den schoorsteen op der Schepen kamer tot Leiden.
In den jare 1702 zont hy zyn pourtret aan den Groothertog van Florencen, die hem daar voor een present deed van een goude medalje en keten.
Weinig jaren geleden schilderde hy voor den Keizerlyken Ambassadeur Sinsendorf een stuk vier en een half voet breet, waar in hy afmaalde de beeltenissen der doorluchtigste krygshelden dezer eeuw, Prins Eugenius en Marlburg te paart zittende.
Men leeft een Latynsch gedicht op de afbeelding van den Prins Eugenius, door hem geschildert, het geen wy den Leezer mededeelen.
IN EFFIGIEM
Illustrissimi atque invictissimi Herois
Eugenii,
PRINCIPIS SABAUDI.
Adumbratam ab ingeniosissimo artifice
CAROLO DE MOOR.
QUalis Alexander, superato victor ab orbe,
Pictus Apelleâ dicitur esse manu:
Non aliter docti celeberrima dextera Mori