de by den Konstschilder Gabriel Lambartin die vele jaren te Rome gewoont had, daar hy yverig 2 jaren agter een zyn tyd met teekenen besteet hebbende, weder naar huis kwam.
Onderwylen was uit Italie t'huis gekomen Christophorus Puitlink zyn Neef, die zig de Konst in 't algemeen, dog inzonderheid het schilderen van landschappen en beesten, zoo levende als doode, uitstekend wel verstont, by wien hy 3 jaren het penceel tot allerhande voorwerpen leerde gebruiken.
Te Roermont woonde in dien tyd Don Jan Dellano Velasco, zynde Raad en Opperste der Finantie in 't Hertogdom Gelder, van wegen den Koning van Spanje Karel den tweeden. Deze was een groot beminnaar van de Schilderkonst, en bezat zoo groot een Kabinet van Konst, als zyn Koning. Tot hem kreeg onze jonge schilder toegang, en schilderde 3 agter een volgende jaren voor hem, naar stukken van de berugtste Italiaanse meesters. Door welk doen hy zoo veer in de Konst gevordert was, dat hy met iets van zyn penceelwerk aan het Hof van zyn doorluchtigheid Johan Wilhem Hertog van Neuburg. Gulik en Berg enz, te vertoonen, straks gelegenheid vont om de Beeltenissen van veele doorluchtige Persoonen aan 't Hof te Dusseldorp te schilderen, daar hy zulk groot genoegen door gaf, dat hy in 't jaar 1682 tot Hofschilder beroepen en aangestelt wierd. Toen pas 28 jaren oud zynde, begaf hy zig in Huwelyk met Maria Johanna Daniels.
Deze Vorst, van natuur tot de Konst geneigt, begon na 't verloop van twee jaren door onzen schilder daar toe aangespoort, nu en dan, als 'er