Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/402

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hy geen lust had tot drinken. Dus de Heus alleen naar 't gezelschap ging.

'T is opgemerkt dat de Heus korten tyd te voren met een rytuig omgevallen had en zyn borst bezeert, maar vorder daar geen agt op gegeven. Als hy dan vry laat in den avond sterk gedronken hebbende naar bed zoude gaan, begon hy geweldig te braken, en daar op bloed te spuwen.

Men gist dat zyn borst inwendig door dien val gekwetst geweest zal hebben, en door de geweldige braakpersing los geborsten wezen. Het zy daar meê zoo 't wil, hy stierf den 9 van Bloeimaand 1701. Zyn Lyk werd van Amsterdam naar Utrecht gevoert, en daar begraven.

W. vander Hoeven maakte te zyner gedachtenisse dit volgende treurdicht:


Wat felle moordschicht heeft de Dood op nieuw gesmeet:
Die Ryn, en Tyberstroom, en d' Amstel trof met leet,
Toen hy de borst trof van het hooft der Konstenaren?
De droeve Konstgodes dekt haar ontooyde haaren,
En hals, en aangezigt, met treurig rouwgewaat,
Wyl haar dit zwaar verlies heel diep ter harte gaat.
Klaag vry Godes! bespreng met tranen mond en wangen,
De droefheid heeft uw ziel niet zonder reên bevangen:
'K heb om uw zwaar verlies myn treurpen aangevat.
Zy zweeft al lillende op het nat besprengde blad,
En deelt zo diep als ooit in uw elendig klagen,
Nu d'onverzoenb're dood uw halsvriend heeft verslagen,
Hem uit uw arm gerukt, helaas al t' onverwacht!
Die heel Italien in Nederland gebragt