Zou hebben door 't penceel. Laat ons een zuil opregten
Voor hem, die onbeschroomt Salvater dorst bevegten.
En naar den lauwer dong gepast op Roozaas hoofd,
enz.
In het einde gaat hy voort:
Gans Utrecht smelt in rouw, de Ryn gevoelt het leet,
Hy deinst te rug, en scheld het lot voor wrang en wreet;
Wie, roept hy, zal myn stroom en weelige akkers malen,
Nu ik dit dierbaar Lyk hier in het graf zie dalen?
Wat lichaam is bekwaam voor zulk een grooten geest?
Myn zon is uitgedooft. DE HEUS die is geweest.
PHILIP TIDEMAN is geboren te Hamburg in 't jaar 1657 op den 22 van Wintermaand, (wiens Beeltenis te zien is in de Plaat G. 18.) van deugdelyke ouders voortgesproten welker voetstappen hy nagevolgt heeft. Zy lieten (gelyk alle brave Borgers daar gewoon zyn te doen) hem de Latynsche taal leeren. Dog het verborgen konstvuur brak met zyn twaalfde jaar uit, 't geen zyne ouders tegen hun wil ontwaar werden, als die een ander oogmerk met hem voor hadden. Dog zyn Vader (overwegende dat de schilderkonst niet alleen een man geacht doet zyn, maar dezelve ook agtte een der eerlykste oeffeningen te wezen; aangezien men zig daar mede op geen oneerlyke wyze verrykt) vond zig overreed, en bestelde hem tot dien einde by den Konstschilder Ns. Raes, by wien hy na 't verloop van agt jaren zoo veer in de Konst gevordert was, dat hy geen leybant meer noodig had, maar op zig zelven bestont te schilderen, en Leerlingen aan te kweken. Dit duurde maar ruim een jaar, wanneer hy min agt gevende op de voordeelen, als op den voortgang