in de Konst, besluit nam om naar Amsterdam, toenmaals verzien van brave Konstschilders, te trekken, om van de beschouwing hunner konstwerken, en omgang mee de zelve zyn begrippen met grootse denkbeelden op te vullen, aangezien hy op de verbeeldingen der historien gezet was, waar in Gerard de Laires in dien tyd inzonderheid uitstak, onder wiens onderwys hy zig begaf; dog dit duurde maar een half jaar; hy ging toen op zig zelven wonen en kreeg verscheide werken aan de hand.
Laires overkropt van werk, en behagen scheppende in zyn penceelbehandeling, lokte hem weer tot zig, gevende hem den kost, en een zekere somme gelds 's jaars toe, voor dat hy hem hielp schilderen, aan zolderingen en nissen, dog naa het verloop van twee jaren (eenige strubbeling tusschen hun beide gekomen) scheidden zy voor altoos van malkander.
Van eersten af aan kreeg hy ('t geluk hem gunstig zynde) de handen vol werk, waar door hy zig als borger daar ter neer sloeg, en zig tot den echt begaf.
Onder zyne voorname konstwerken zyn bekent het orgel in de oude Luitersche Kerk.
De agterzaal van den Heere Joh. van Droogenhorst.
By den Heer Procureur de Vlieger het voorhuis, en de kamer van onderen beschildert.
By den Heer Borgermeester Verschuur tot Hoorn, drie kamers van onderen, met de schoorsteenstukken, waar van het eerste binnen een cierlyke ovale lyst, verbeeld Venus, hare klachte doende aan Jupiter over het ongelyk dat Juno haar Zoon aandeed. De hoeken van gelyk met beeldwerk geciert,