Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/423

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gebragt, het geen hy eindelyk wars werd, en teffens de konstoeffening. Hy zette zig tot Amsterdam zyn geboortestad neer, en begaf zig tot de Koopmanschap; maar de fortuin was hem daar in niet gunstig. Hy is gestorven in 't jaar 1709.


Hem volgt JUSTUS VAN HUISUM, wiens Vader te Leewaarden in Friesland geboren, eerst woonde te Huisum daar hy Schoolmeester was, naderhand tot Amsterdam, daar hem onze Justus geboren werd op den 8 van Wiedemaand 1659. Justus van natuur tot de Konst gedreven werd in den jare 1675 bestelt by Nicolaas Berchem, daar hy in weinig jaren zoo toenam, dat het jammer was dat hy zig aan die wyze van schilderen niet altyd heeft gehouden; maar zyn woelige geeft en nayver ondernam alles (geen deelen of byzonderheden in de Konst uitgezondert) na te bootsen, zelf in de byzondere wyze van te schilderen Beelden, Historien, Landschappen, Watergezichten met Schepen, Ruitergevegten, Pourtretten enz, maar daar hy 't meest in doorstak, en dat men waarlyk Konst noemen mag, was het bloemschilderen, waar in hy ook zyn oudsten Zoon, thans den Fenix in die Konst, heeft opgekweekt.

Hy overleed in Grasmaand 1716.


Het spreekwoord zegt, ’t eind goed, al goed. Dit willen wy passen op den beroemden Konstschilder den Ridder ADRIAAN VANDER WERF, wiens levensbedryf wy t'hans aanvangen te beschryven, als zynde een cierlyk slot, waar mede wy dit Derde Deel besluiten zullen. Gelyk de Hemel zyn starren heeft, die in onmeetelyke grootte en stantplaats verscheelen, even dus heeft ook onze Nederlandsche Konsthemel zyne Konststarren, die in onmeetelyken afstant en