Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/435

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

brengende, beschonk hem de Keurvorst met een goude keten, en medalje met het Keurvorstelyke pourtret.

In den jare 1701, en 1702, zond hy verscheiden konststukjes; maar in 't jaar 1703, vertrok hy zelf naar Dusseldorp, met een voornaam stuk, verbeeldende de graflegging van Christus, waar in de Vorst zulk bevallen had dat hy aan hem verzogt 15 stukken, hoog twee en een half voet, breed 21 duim, waar in hy verbeelden zou de 15 Misterien van de Roomsche Kerk, een werk tot welkers uitvoering veel tyd zou vereist werden. Dus nam de Keurvorst hem in zyn dienst aan voor neegen maanden in 't jaar, (om dat hy eenige vryheid voor zig wilde behouden) verhoogende zyn pensioen tot 6000 guldens. Daar en boven werden vander Werf en zyne nakoomelingen verheven tot den Ridderstant, en vereedelt in beide de geslagten. Hier van gaf hy aan hem zyn Diploma of bulle op perkament in een zilvere benne, vermeerderende ook zyn wapen, met een kwartier van het Keurvorstelyke wapen, een helm van voren, en een bladerkroon daar boven. Behalven dit alles, werd hy beschonken met des Keurvorsts beeltenis, omzet met Diamanten van groote waardy.

Thans viel de nieuwe Ridder met yver aan 't schilderen. Zeker dit zyn spooren, die den geest boven zyn vermogen opbeuren, om ten bewys van dankbaarheid wonderen te verrigten. Het eerste van deze 15 stukken was de boodschap, van Maria: vervolgens de groetenis van Elizabeth: de geboorte van Christus, kaarslicht: Simeon in den Tempel: Christus onder de Schriftgeleerden: Christus in den Hof Getzemane: de Geesseling van