Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/443

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gedicht in den jare 1716 uitgegeven, op deze wyze:

’K zoude uwe Konstenaars ook roemen,
En een' voor zoo veel andre noemen,
Uw’ VANDER WERF, uw Maesapel, :Die d' alleredelste penselen,
Van Zeuxis zelfs en Rafaël,
Kan tarten door zyn tafereelen.

Maar onlangs heeft Hubert Korneliszoon Poot, een jongeling, die, schoon by den akkerbouw opgekweekt, geenen Stedeling in bevalligheid van geest behoeft te wyken, den Ridder deze Kunstkroon gevlogten.

KUNSTKROON
VOOR DEN EDELEN HEERE
ADRIAAN VANDER WERF,
RIDDER, ENZ.
FENIX DER SCHILDERS

GY Zanggodinnen, daelt beneên
Van uw genoegelyke bergen.
Ik moet u dubblen bystand vergen:
De zangstof is hier ongemeen.