Kragt der natuur omtrent de zinlykheden der menschen. pag. 1
Agting van den Groot Hertog van Toskanen voor Mieris. 5
Vrientschap tusschen Jan Steen en Mieris. 7
Jan Steen zet een drinkwinkel op. 7
Dankbaarheid van Mieris met de daat betoont. 9
Grafschrift op Mieris. 11
Potsigheid van Jan Steens levensbedryf. 12
Geestige Lykstatie door Jan Steen verbeelt. 18
Personen af te beelden in hunne natuurlyke hoedanigheden en bedryven. 19
Verschil van de neigingen der menschen. 29
Gedenkwaardig stuk van Jan Linsen. 30
Zyn ongelukkig einde. 31
Ter Burg gewoon te fluiten onder 't schilderen. 35
Hy schildert den Prins van Oranje. 37
Fraai stuk van Gabriel Metzu. 41
Jan Hakkert, een Land-schapschilder. 46
Overgeloof van toverye. 49
Zwetsers hebben veel voor uit. 51
Op welk een wyze een schilder iet van anderen ontleenen moet. 55
Karel de Jardyn een groot meester. 56
Melchior de Hondekoeter leelyk doorgestreken. 69
Trouwgeval van Gillis Hondekoeter. 71
Schilder-en Dichtkonst gezusters. 78
Heliodoor de Tempelrover afgebeelt. 114
Kunstige Zinnebeelden van Laires. 120
Blintheid van Laires. 128
Zyn bedrevenheid in de outheid. 128
Vergoding van Eneas door Laires geschildert. 131
Waar de bekwaamheid des verstants van afhangt. 135
Zachtlevens onkunde in de waereldse zaken. 138
Bedrevenheid in weetenschappen maakt juist geen goet schilder. 139
Vernuftige vinding van Rubbens. 141 Feestviering van Bacchus. 145
Misslag in het af beelden van Bacchus. 149
Bacchus met hoornen verbeelt. 151. Ook Alexander de Groote. 151.
Hoornen, een zinnebeelt der Koninglyke magt. 152.