Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/55

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daar groot behagen in nam; en willende hem dienst bewyzen, een brief schreef met eigen hand aan Rubbens (voor wiens konst hy groote agting had) waar in hy hem de zorg over den Jongeling aan beval. En hy zont hem met den zelven naar Antwerpen: maar hy hoorde, op weg zynde, dat Rubbens overleden was. Des wende hy zyn reis naar Amsterdam, en tot den berugten Govert Flink, onder wien hy zeven jaren agter èen de Konst geoeffent heeft, makende onder opzigt van zyn meester verscheiden brave stukken zoo Historien als Pourtretten, waar door hy naam kreeg en reden vond om daar te blyven wonen, daar hy zig ook in Huwlyk begaf met Maria Fis, in 't jaar 1694 op den 20 van Hooimaand, by welke hy 2 Zoons en 3 Dochters gehad heeft.

In dien tyd werden de Borgermeesters van Amsterdam voornemens een groot stuk, en daar in een bende Schutters, waar van de Borgermeester vander Pol hopman was, te laten schilderen. Hier toe werden verscheiden meesters uitgekeurt om een model daar van te maken. Onze schilder was ook een van hun, dog zyn model beviel hun zoo wel, dat zy hem dit werk aan bestelden, 't welk hy met roem volbragt, waar om hy ook boven zyn bedongen loon, nog een present kreeg. Dit stuk is thans nog te zien tot Amsterdam in den Doele, op de Singel.

Zoo haast zyn roem zig verspreide werd hy van Hertog Wolfgang Wilhem tot Hofschilder beroepen. Daar gekomen, schilderde hy het pourtret van den Vorst, zyn gemalin Katarina Charlotte Hartogin van Zweybruggen de Paltsgraaf Filip Wilhem, zyn gemalin, de Dochter des Konings van Polen en, andere groote van 't Hof, met