schetsingen op het papier te beduiden hadden, zagen het aan voor tooverteekens, en hem voor een Toovenaar, en dreven hem van daar weg. Maar terstond werd hy van hun weer om een anderen hoek gezien en weg gejaagt. Dit geschiede op verscheiden tyden. Onderentusschen werd dit onder dien onwetenden hoop verspreit: waar van de een zeide: hy had hem hier, een ander daar gezien, verbeeldende zig vast dat het een [1]Toovenaar was, (aangezien die landaard nog heden met dit bygeloof besmet is) die daar omstreeks kwam waren. Des besloten zy te samen hem, als zy hem weer vonden, op te vangen, en in de naaste Stad voor den Rechter te stellen, gelyk geschiede. 'T geval wilde nu, als zy hem ter Stad inbragten, dat de Hoofdschout (by wien HAKKERT wel bekent was) hun op straat ontmoette. Deze hem dus met touwen geknevelt zien
- ↑ Toovery. Dat dit bygeloof, daar men al voor vele jaren in Nederland, inzonderheid door Balth. Bekkers schryven van ontheft is, nog in dien oord stant grypt, blykt hier uit: dat naau twintig jaren geleden nog twee Vrouwspersoonen, die van tooveryen beschuldigt werden, uit Duitsland hier te land, en tot Oudewater (welk van oude tyden af met dat voorrecht begunstigt is) kwamen, om zig te laten wegen, gelyk geschiede, en gingen met een vrykeurbrief, van den Waagmeester, daar toe gestelt, met eigen hand onderteekent, weer te rug naar haar land. De wyze hoe dit geschiet is dus. De beschuldigde gaat in een vertrek, daar toe afgezondert, daar een schaal, een stuk gewigt ter zwaarte van 10 ponden, en een lang wit hemd is. Hier ontkleeden zy zig moeder naakt, en stolpen dit hemd of witte stolp, over 't hoofd aan, en treden dus op bloote voeten in de schaal, daar de tegenwigt tegens over gestelt word. Ik geloof dat dit gewigt nooit een beschuldigde op gehaald heeft; maar dat de oudtydze bestierders van deze landen (wanneer zy beter wisten) hier door alleen dit bygeloof hebben getragt te verydelen.