Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/83

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

sche Inquisitie, wyl hy de Gereformeerde Godsdienst toegedaan was, te ontwyken, verliet zyn staat, en vlugte met zyn huisgezin naar Holland, daar hy zig tot Amsterdam neerzette. Zyn zoon GILLIS DE HONDEKOETER, die in zyn jeugt, tot vermaak (gelyk dit toen in gebruik was) de schilderkonst geleerd had, zette zig tot het schilderen van pourtretten, om geld daar meê te winnen, alzoo zyn vader, en hy zig berooft vonden van hunne goederen; want wat moeiten zy naderhand aanwende, om weder in 't bezit der zelve te komen, schoon zy overvloedige bewyzen daar toe hadden, heeft dit niet konnen helpen: maar in tegendeel werd den ouden man, die oprecht en goed van geloof was (de oprechte lieden, zegt Gratiaan, werden licht bedrogen) schandig misleid en uitgestreken; want eenen Joan Verwers genaamt, een zeer snooden gast, gaf voor hun dienst te willen en konnen doen, zoo zy hem de brieven en bewyzen ter hand stelden, en toevertrouwde, gelyk geschiede, waar meê hy naar Braband vertrok: maar als hem eenigen tyd geleden, en hy weder gekeert was, gevraagd werd: hoe het met die zaak stond, gaf den bedrieger tot antwoord, dat hem de Brieven door onvoorzigtigheid waren afhandig gemaakt, en betoonde hunnenthalve daar veel leedwezen over te hebben, dog dat hy daar veel geld voor getrokken heeft, werd niet aan getwyfelt; want hy die te voren niet veel schatten bezat, speelde naderhand de rol van een groot Heerschap.

GILLIS DE HONDEKOETER, de grootvader van onze MELCHIOR, begaf zig ook naderhand tot het Landschapschilderen, en bootste daar in de handeling van R. Savry, en Dav. Vinkeboons na. Hy was een schoon en welgemaakt man, en die