Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/93

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Hy was vander jeugt aan vlytig in 't oeffenen van talen en wetenschappen, wanneer ook de zugt tot de Schilderkonst, hem na een bekwaam meester tot zyn onderwyzer deed omzien. Dit was Rembrand van Ryn, by dewelke hy in korte jaren door zyn vernuft, zoo ver vorderde, dat hy voorts zig naar 't leven wist te behelpen, houdende naderhand nog omgang, met de zelve en zyne brave Leerlingen, inzonderheid Filips de Koning die ook t'zyner gedagtenis zyn pourtret schilderde, waar van wy ons (wyl geen van later jaren voor handen was) bediend hebben. 't Is te zien in de Plaat C 8.

Te Rotterdam zyn verscheiden pourtretten levensgroot kragtig geschildert thans nog van hem te zien, ook een keukenstuk, waar in komen twee beeltjes, het eene verbeeldende een vrouwtje dat een kopere ketel schuurt, waar by komt een deel ander tin en koper huisraad, met meer ander keukengereedschap, dit is alles natuurlyk, kragtig, en met een goede houding geschildert. In 't jaar 1696 zyn tot Leyden verscheiden van zyne penceelwerken, op het Boelhuis van Doctr. Douw (welke een zuster van hem, genaamt Agneta Dullaart, ten huisvrouw gehad heeft) verkogt; waar onder vyf stukken waren, welke andere vrienden graag tot zyner gedachtenis wilden hebben. Dog gemelde Doctor eiste daar voor 400 gulden, dog alzoo zy by briefwisseling dien koop niet eens konden worden, nog op de verkoopdag tegenwoordig wezen, zyn de zelve verkogt, maar aan wie weet ik niet. De Konstschilder Velthuizen, van Gouda, die ten huisvrouw zyn Broeders dochter heeft, heeft my verhaald, dat hy zyn meesters werk zoo eveneens met zyn pen-