Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/94

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ceel wist na te bootsen, dat de verbeelding van den krygsgod Mars in 't blinkent harnas door hem geschildert, voor een echt stuk van Rembrant, tot Amsterdam, verkogt werd. Meer weten wy van zyne Schilderkonst aan gaande niet te zeggen: maar wel dat hy daar benevens van alle kenners der Dichtkonst, voor een van de eerste puikdichters van Nederland gehouden word.

Vorders was hy een man wiens vernuft zig tot bespiegelinge van velerhande zaken zette, waar door vele zig van zyn oordeel en raad bedienden in duistere or verwarde zaken. In den jare 1672 werd hy aangezogt om in de Vroedschap tot Rotterdam te komen, maar hy wars van de driften dier tyd, heeft zulks geweigert, alleenlyk heeft hy vele jaren den kerkendienst der Fransche Gemeenten te Rotterdam waargenomen, en was inzonderheid een beminnaar van de Zangkonst, daar toe hy een schoone voordeelige stem had, en dus somwyl zyn geest door zyne hemelsche gezangen verlustigde, tot dat hy door een kwynende ziekte afgemat, den geest gaf, op den 6den van Bloeimaand 1684. Joachim Oudaan, die toen te Rotterdam onder al wat gedichten maakte de eerste plaats bezat, vereerde zyne gedachtenisse met een Lykgedicht, dat in yders handen is.


JOAN VANDER HEYDEN, die nu zyn beurt krygt, is geboren te Gorkom, in 't jaar 1637. Deze heeft de beginzelen van de Konst geleert by een Glasschryver, maar zyn vernuft, zugt en uitstekende vlyt, hebben hem tot een groot meester gemaakt. Zyne genegenheid strekte tot het Schilderen van oude- en nieuwtydze gebouwen, gezichten van oude Kasteelen. Kerken. Tempels met de bystaande gebouwen, ook dorp-