de hand te leenen, tweemaal zeven jaren, te weten, tot zyn vierentwintigste jaar; wanneer hy met gemelden Murelnaar Holland, om Konsthandel te dryven, reisde, die hem om de geneigtheid, en liefde, die hy tot den jongen had, bestelde by den berugten Joan de Heem, te Utrecht. Zyn vader had te Frankfort een braaf Koopman geweest, maar de fortuin had hem den rug toegekeert, zoo dat zyn moeder weduw zynde, gedrongen was te Wedzlar (daar het goedkoop te leven was) te gaan wonen; daar onze MINJON haar onderstand deed. Hy was inzonderheid naarstig, en gedroeg zig als een Man betaamt. Hy liet twee Dochters na wanneer hy stierf, 1679. Zyne Konsttafereelen met allerhande Bloemen en Fruit naar 't leven afgemaalt, waren by zyn leven, en nog meer na zyn dood by alle Konsthevenden in groote agting, en zouden meer en meer in prys gesteigert hebben, zoo niet het overheerlyk konstpenceel van Juffr. R. Ruisch en J, van Huisum de natuur veel nader gekomen, en dusdanige voorwerpen meer luister had bygezet.
Nu volgt zyn tyd en Konstgenoot ISAK DUCART geboren tot Amsterdam. Dees gebruikte zyn Konstpenceel meest tot het schilderen van allerhande Bloemen met hun loof, op Satyn, dog zoo natuurlyk dat het levendige Bloemen schenen te wezen, immers beter dan ooit voor heen op die wyze gedaan was. Hy had lang in Engeland verkeert, van waar hy de Konst meê Bragt in Holland, nevens een Vrouw die hy daar getrouwt had, die ook de Konst verstond, en hem hielp het Satyn met Bloemen beschilderen. Die hen kwamen bezoeken, vonden