Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/102

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dede, gelyk 'er door het middel van hem veele brave meesters in de Konst zyn voortgesproten, die zyne grootsheid van ordineren en de kracht van zyn schilderen van hem afgezien, en zig daar van in hunne eigen werken bedient hebben; daar zy by het leven van hunnen meester niet te veel gelegentheid toe hadden, immers tot groote en voordeelige werken niet, dewyl hy de vermogenste luiden aan zyn snoer had, en het dus meest al in zyne handen viel, of ongezocht toevloeide. Dit is aan verscheiden stalen van brave meesters, die zyne Leerlingen geweest waren, inzonderheid ANTONY VAN DYK, gebleeken; die als hy al wat voor de Kloosterbroeders gemaakt hadde, van hun dusdanig beknevelt wierd, dat het schildervuur daar door meer gedooft, als aan gestookt wierd. 't Gebeurde, om dit met een voorbeeld te bevestigen, dat ANT. VAN DYK eens een Kerkstuk schilderde, 't geen tot een Altaartafereel zoude dienen, in die tyd, dat hy al van zyn Meester afgescheiden was, daar de gekapte Broeders zoo veel op wisten te vitten, dat het te duchten stond, of hy aan het bedongen geld de vingers wel blaau zou tellen; want zy hielden zig, als of zy 't hem aan de hand wilden laten houden, 't geen hem smartte, inzonderheid wyl hy in dien tyd, als het spreekwoord zegt, overladen was met geld, als de Kikvorschen met veeren. Overzulks hy over 't onrecht hem aangedaan als mymerende, zig begaf buiten de stad, en daar in eenzaamheid by zig zelf alleen overleide, wat middelen best diende by de hand genomen, om in dat geval zig best te redden. 't Gebeurde ter dezer tyd dat RUBBENS zig met zyn Koets, tot uitspanninge zyner geesten, liet door de Velden omryden, daar hy VAN DYK ontmoet-