Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/104

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dienst konden doen. Overzulks vloeiden alle de voordeelen van 't penceel voor 't grootste deel hem gemakkelyk en van zelf toe. Daar en boven had hy een zonderlinge bekwaamheid om alle grooten te vleyen, en dus toe zyn voordeel in hun gunst te dringen. Zulks dat men de spreuk van J. de Bruin, in zyn Banket werk, op hem wel mag toepassen: Dat gaauwe verstanden van alle hout weten pylen te maken, om hun oogwit te beschieten.

Hy bouwde voor zig een huis binnen Antwerpen, dat hem wel zestig duizent gulden kostte, en daar in een zaal op de wyze van de Rotonde te Romen, daar het licht door eene opening in 't dak, van boven in neerstraalde. Deze zaal behong hy met zyne opgegaarde Italiaansche, Fransche en Nederlandsche Konststukken, en daar onder ook sommige van zyn eigen hand, welke Konstzaal alom berucht was, zoo dat de Hertog van Bukkingham die zyn paleis teffens met Konst wilde opsieren, order gaf, aan den Heer Michiel le Blon, liefhebber en goed kenner van Konst, om voor 60000 gulden aan Konst daar uit voor hem te koopen, 't welk ook geschiedde. Daar RUBBENS zekerlyk goed gevoelen van zal gehad hebben, daar nu zyn mes, als het spreekwoord zegt, aan weerzyde snee, en hy den weg om geld te winnen op alle wyzen heeft geweten. Dus stapelde hy eenen onnoemelyken schat op; en 't moest heel de waerelt kenlyk worden.

Het was niet lang na dien uitkoop, of een doorslepen knaap maakte aanslag op dien vetten buit, doch vond zig in zyn voornemen schandig bedrogen. Het was de berugte Alchemist Mr. Brendel van Londen. Deze klampte RUBBENS met veel hoopgevende redenvoeringen, en verzekeringen van