Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/139

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ken, en muntstempels, die eentydig met het geen waar van zy het gedenken dragen, ook te samen door den tyd grys geworden zyn; en niet doen als den Konstschilder Rembrant, die (gelyk Andries Pels in zyn Gebruik en Misbruik des Tooneels p: 36 zeit)

Op Nieuwe, en Noordermarkt zeer yv'rig op ging zoeken :Harnassen, Mariljons, Japonsche Ponjerts, bont,
En rafelkragen, die hy schilderagtig vond,
En vaak een Scipio aan 't Roomsche lichaam paste,
Of d'ed'le leden van een Cyrus meê vermaste.
En egter scheen hem, schoon hy tot zyn voordeel nam, :Wat ooit uit 's waerelds vier gedeelten herwaarts kwam,
Tot ongemeenheid van optooisel veel te ontbreken,
Als hy zyn beelden in de kleederen zou steken.

en veel min als die Schilderbaas, die, Kleopatra, daar zy de slang om haar te steken tergt, voor aan in een stuk, en op den agtergront de Kaart van Amsterdam met de nieuwe uitlegging vertoonde, en dus ons zelve bespottelyk maken by die, welke het wezentlyke in de Konst verstaan, en in de Oudheidkunde bedreven zyn. Wy verzwygen den naam van dezen vernufteling die noch in leven is, agtervolgens de les van Horatius, door den zelven Dichter Andries Pels aldus vertaald:

Wacht u, op 't leven van byzonderen te schimpen;
Met welk een schyn, wat slag van verwen, welke glimpen
Gy't ook wilt mommen. Toon in 't algemeen het kwaad;
Bestraf, berisp het; maar verzwyg hem, die 't begaat.