niet lang in de Kerk hing of het hoofd van den Sant was 'er met een mes (zonder te weten wie het gedaan hadde) uitgesneden, en weg gestolen. Hy vulde het gat weder met een stuk geplumierd doek en schilderde daar weder een ander hooft op, maar dit lukte zoo wel niet als het eerste. Daar na trok hy van Antwerpen naar Brussel om den Hertog Albert, die hem voor zyn Schilder hield; en inzonderheid beminde, om dat hy zoo Medaljekundig was. Glaude Fabri de Peyresc kwam uit Vrankryk om zyn Kabinet te zien. Hy vertoonde het hem en wees hem veele dingen tot berigt daar ontrent dienende. KOEBERGER verstond zig ook op de Bouwkunde, zoo zeer, dat hy is Bouwmeester geweest van de Kerk der Lieve Vrouw van Montaigu, die hy maakte naar 't model van St. Pieters Kerk te Romen; ook de Augustine Kerk te Brussel. Hy heeft ook veel Fonteinen en sieraaden in des Hertogen Paleys te Fornure, anders Veurné, gelegen tusschen Nieupoort, Duinkerken, en Dixmuyden, de vermakelykste Landstreek van Vlaanderen gemaakt. Uit welke omstandigheid men (al is men geen Edipus) wel ramen kan in wat tyd hy geleeft heeft, om hem een plaats onder de braafste Konstoeffenaars in te schikken. Want de Aartshertog Albertus, zoon van Keizer Ferdinand den tweeden is geboren 1560. getrouwd in 't jaar 1599, en gestorven 1621. Des zullen wy (vermits ons niets nader daar ontrent gebleken is) hem plaatsen op 't jaar 1583.
Men ziet zyn Beeltenis, gevolgt naar de afschildering van A. van Dyk in de PLAAT F. boven aan nevens dat van L. VAN UDEN.
Leiden vrugtbaar in 't voortteelen van Konstenaren bragt voort in 't jaar 1584.